De wind in de zeilen: Emma Plasschaert

De Oostendse Emma Plasschaert (22) vertoefde vorig jaar liefst 240 dagen in het buitenland. Zeilwedstrijden en wekenlange trainingen brachten haar onder meer naar Frankrijk en Palma, maar ook Rio en recent nog Oman. In december was Emma even terug in haar thuisstad. Hét moment dus voor een interview met UiT in Oostende!

Hoe heb je kennis gemaakt met de zeilsport?
“Mijn vader (Bart Plasschaert) was voorzitter van een zeilclub aan de Spuikom. Mijn interesse werd gewekt toen ik -zoals velen wellicht- een zeilkamp volgde en het brevet van ‘optimist’ behaalde. Ik beschouwde het aanvankelijk gewoon als een leuke hobby. Maar naarmate ik ouder werd, begon ik er ook meer tijd en energie in te steken en ik was vertrokken! (lacht)”

Klimatologische omstandigheden spelen ongetwijfeld een grote rol bij het zeilen. Komt er ook veel techniek bij kijken?
“Er komt héél veel bij kijken! Behalve de wind (veel wind of weinig wind) spelen ook de stromingen in het water een belangrijke rol. Daarom dat we steeds op voorhand ter plaatse proberen te trainen om het parcours te ontdekken om vooraf de strategie en tactiek te kunnen bepalen. De stromingen vertonen immers een bepaald patroon waarop je je kan afstemmen.
Zeilen is bovendien een erg uitputtende sport dus ook fysiek moet je top zijn. Ik ga daarom veel lopen, fietsen, zwemmen en fitnessen. Verder speelt ook het technische aspect mee: het sturen, de manoeuvres en de handelingen zijn zeer bepalend in een wedstrijd. En tot slot is er ook het tactische en strategische spel onderling met de andere deelnemers.”

Hoe verlopen de wedstrijden en hoe wordt er beoordeeld?
“Er is wel een parcours met een start en een finish maar de wedstrijden zijn altijd anders. Dat maakt zeilen zo uniek! Het is niet zoals 400 meter lopen waarbij de snelste wint aan de hand van een chronometer. Een kampioenschap duurt meestal 6 dagen. En per dag zijn er 2 reeksen. Het komt er dus vooral op aan om zo constant mogelijk te presteren. De winnaar krijgt 1 punt, de tweede 2 punten, enzovoort. Op het einde van de wedstrijd mag je je 2 slechtste reeksen aftrekken. Op de laatste dag nemen de 10 beste zeilsters het nog eens tegen elkaar op in een medalrace. De uiteindelijke winnaar is diegene met het minste aantal punten.”

In 2013 maakte je de overstap van jeugd naar de ‘seniors’: betekende dat een grote stap?
“Het is het echte werk hé! Bij de ‘seniors’ belandde ik tussen de dames die strijden voor Olympische deelname. Het zijn allemaal meisjes die leven van en voor hun sport en er echt professioneel mee bezig zijn.”

Is de combinatie met je studies nog haalbaar?
“Ik studeer Geomatica aan de Universiteit van Gent en kan mijn studies gelukkig wat spreiden. En dat is ook wel nodig. Vorig jaar verbleef ik 240 dagen in het buitenland. En de dagen dat ik thuis was, gebruikte ik dan nog meestal om te trainen…”

Hoe verliep je carriere tot nu toe? En wat zijn je verwachtingen voor de toekomst?
“Ik ben best tevreden over het voorbije jaar. Ik heb nooit achteraan moeten varen (lacht). Momenteel sta ik op de zesde plaats (in een ranking op basis van alle gevaren wedstrijden). De voorbije 2 jaren haalde ik telkens op top 10 op het WK.
Mijn beste resultaat was een vijfde plaats in Frankrijk. Op de wereldbeker in Oman presteerde ik een beetje te onregelmatig en eindigde achttiende. Er stond veel wind en de omstandigheden waren moeilijk. Maar ik probeer te leren uit de zaken die verkeerd gingen en tegelijk ook vertrouwen te putten uit de goeie momenten.
In 2016 hoop ik alvast om nog beter te doen en top 10 te varen met hopelijk ook een paar top 5 plaatsen. Maar ik voel dat ik fysisch nog een groeimarge heb. Daarom focus ik me nu vooral op kracht- en stabiliteitstraining.”

Zeilen in België, dat is Evi Van Acker. Is ze je grote voorbeeld?
“Ik zie Evi zeker als een voorbeeld. Maar ze is ook een collega, al zeilt ze momenteel toch net iets beter… Ze presteert op een heel hoog niveau! Maar ik kan er zeker en vast nog veel van leren!”

Welke wedstrijden staan er in 2016 op het programma?
“In februari ga ik drie weken trainen in Rio. Daarna volgt de Europacup in Palma (maart). In april is er Worldcup in Hyeres of het WK, afhankelijk wat best past in de voorbereiding op de Olympische Spelen. In mei trek ik voor de Europacap naar Medemblik (Nederland) en in juni gaat het voor een nieuwe Worldcupwedstrijd naar Zuid-Engeland (Weymouth).”

Stel dat je naar de Olympische Spelen mag, droom je dan stiekem van een medaille?
“Om geselecteerd te worden voor de Spelen, moet ik beter presteren dan Evi! Als dat lukt, dan ga ik uiteraard voor een medaille! (lacht)”

Volg Emma op de voet via haar Facebook- of Twitterpagina of op www.emmaplasschaert.be.

Tekst: Tim Heddebauw voor UiT in Oostende

 

Foto

  • Emma Plasschaert
  • Emma Plasschaert