Loïc Lenoir - Hoogvlieger in wording!

Ondanks zijn prille leeftijd is Oostendenaar Loïc Lenoir al een tijdje actief als turner. Dat Loïc een hoogvlieger wordt, daar twijfelt niemand nog aan. UiT in Oostende sprak met de beloftevolle stadsgenoot.
 

Kan je jezelf even voorstellen?
Ik ben dus Loïc, 19 jaar en woon in Oostende. Ik heb mij school afgewerkt in het Sint-Andreasinstituut Stene-dorp. Nu studeer ik industrieel ingenieur in UGent. Na het secundair stopte ik 1 jaar met school om te reizen voor mij sport. Ik legde volledig mij focus op trampolinespringen, waar ik mee deed aan wedstrijden in verschillende landen. Daarna begon ik terug aan mij studies en tracht dit nu te combineren. Verder doe ik ook graag tennis, zeilen en kitesurfen. Ik heb ook mij volledige muziekschool afgewerkt, waar ik de drum bespeel.

Hoe en wanneer is het voor jou begonnen?
Ik begon als sinds mij 6 jaar aan gymnastiek te doen. ik genoot van de volledige opleiding in Willen is Kunnen-Oostende (WIK). De sport zit bij ons in de familie. Mij tante was mij trainster en mij moeder beoefende ook de sport. Mij zussen hebben ook trampoline gesprongen maar zijn nu gestopt. Mij moeder besliste uiteindelijk dat ik trampoline zou doen. Ik kwam altijd mee met haar op training omdat ik niet thuis kon blijven (lacht).

Trampoline is een gymnastiekdiscipline die op de Olympische Spelen wordt beoefend. Maar er bestaan verschillende vormen?
Je hebt eigenlijk gymnastiek in het algemeen. Daaronder vallen onder andere acrobatie, artistieke gymnastiek, … Trampoline valt daar ook onder. Binnen trampoline heb je dan ook nog eens twee vormen, individueel en synchroon. Ik beoefen individueel, dat is de tak binnen trampoline die ook een Olympische discipline is.

Hoe steekt trampoline elkaar als sportdiscipline? Hoe kan je punten scoren?
Je werkt 2 reeksen af van 10 sprongen. De bedoeling is dat je in de eerste reeks makkelijke sprongen doet en in de tweede reeks moeilijke sprongen. Voor elke sprong krijg je punten op de moeilijkheidsgraad, mooiheid en hoogte. Je bent vrij om te kiezen welke sprongen je doet. Het is belangrijk om een balans te vinden tussen moeilijkheid en afwerking. Vorige week scoorde ik 104,08 punten in Portugal, toevallig mij hoogste score ooit! (trots).

Vanwaar je interesse voor deze toch wel vrij onbekende sport?
Eigenlijk door mij familie, zoals ik al zei ging ik steeds mee met mij moeder naar training. Ik sprong dan eigenlijk gewoon wat mee. Omdat ik daar altijd was, kwam ze op het idee dat ik evengoed ook kon leren springen. Eerst was dat 1 keer per week, dan 3 keer per week en nu train ik zelfs 5 tot 8 keer per week!

Op welk niveau zit trampolinespringen in België in vergelijking met de rest van de wereld?
België is op aan het komen in de sport. In vergelijking met de andere landen staan we wel mijlen ver achter. Vanaf 2014 zijn we wat professioneler geworden en komen we dichter op de andere landen, maar natuurlijk verbeteren zij ook. De sterke landen zijn China, Rusland, Japan de typische grote landen. Binnen Europa is België wel aanwezig. De accommodaties zijn hier niet altijd optimaal. Ik zelf train vooral in de Mr-V-arena. De zaal is zeker niet slecht, alleen de trampolines mogen wel stilletjes aan vernieuwd worden. Maar ik kan zeker niet klagen, want er zijn disciplines die veel meer verwaarloosd worden. Ik train ook een aantal keer in Gent, omdat ik daar studeer en niet telkens terug naar Oostende kan komen.

Zijn er bekende springers waar je naar opkijkt?
(lacht) Momenteel ben ik de beste in België. In Portugal sprong ik meteen drie Belgische records. In België heb ik niet meer iemand waar ik echt naar opkijk. In het buitenland zijn er wel een aantal springers. Bijvoorbeeld Jason Burnett een trampolinespringer uit Canada die 2de werd op de Olympische Spelen in Peking. Ik ken die ook persoonlijk, maar de wereld van trampolinespringers is redelijk klein. Er zijn zowat 60 à 70 springers die je dan telkens ziet op verschillende wedstrijden.

Wat is je reeds verworven palmares? Welke belangrijke wedstrijden won je reeds?

  • 2010: tweede plaats op Jeugd-WK WAGC trampolinespringen
  • 2014: WK in Minsk (Rusland): sprong ik de WK-selectienorm
  • 2015: Open Australische Kampioenschap in Melbourne: 3 Belgische records sneuvelden
  • 2015: WK in Portugal: top-15 in een World Cup

Op de Wereldbekerwedstrijd trampoline in het Portugese Loulé werd je veertiende. Hoe heb je dit ervaren?
Ik had er eigenlijk niet zoveel van verwacht. Na een jaar in het buitenland te zitten moest ik mij terug aanpassen aan het niveau in België. Dit moest dit nog eens combineren met universitaire studies. Een blessure zorgde bovendien voor wat tegenslag. We werken ook toe naar het volgende WK en die blessures kunnen dan een hinder vormen. Mentaal is dat gewoon volle focus, dat betekent alleen eten, drinken, trainen en slapen voor een lange periode. Het moment zelf is beslissend, hoe je je voelt en natuurlijk geluk. Als alles mee zit presteer je goed, anders is al je voorbereiding voor niets geweest. In Portugal voelde ik mij goed, hoewel ik niet volop had kunnen trainen.

Hoe combineer je het sportleven met school en het dagelijkse leven?
In het middelbaar lukte dat perfect. Ik kreeg ook vrijstellingen om lessen te missen wanneer ik wedstrijden had in het buitenland. Nu heb ik een topsportstatuut in UGent, waardoor ik bepaalde faciliteiten krijg. Maar het is niet gemakkelijk, het is heel druk voor mij. Dit weekend zit ik alweer in Parijs voor een wedstrijd. Het is mijn eerste jaar aan de universiteit, dus dat valt nog te zien.

Qua levensgewoonten tracht ik zoveel mogelijk normaal te leven. Ik volg geen specifieke dieet, maar ik let wel op mij voeding. Mij avondjes uit moet ik goed plannen zodat ik fris ben voor een wedstrijd. Maar ik blijf een student en dat wil zeggen dat ik af en toe een stapje zet. Ik moet wel maken dat ik geen kater heb voor een training of wedstrijd! (lacht)

Heb je al zware blessures of tegenslagen gekend tot nog toe?
Ja, ik heb in 2009 iets vreemds meegemaakt. Ik vergat al mij sprongen en kon niets meer doen. Dat gebeurt wel eens vaker bij sporters en dat is heel erg. Dit komt omdat je hersenen en je lichaam niet meer op elkaar afgestemd zijn. Meestal wordt dat veroorzaakt door grote stress of drukte. Bij mij heeft dat 8 maanden geduurd. Ik besliste bijna om te stoppen maar ik ben blij dat ik dat niet deed.

Ik ben ook één keer op beton gevallen plat op mij rug, maar gelukkig overleefd. Voor de rest een aantal hersenschuddingen. Maar geen al te grote blessures. De meeste blessures in deze sport komen door de impact van een val.

Waar zie je jezelf staan na pak weg 5 jaar?
Binnen exact 5 jaar beginnen de Zomerspelen in Tokyo. Ik hoop daar aanwezig te zijn en België te vertegenwoordigen. Zeker na dit jaar en de progressie die ik maakte, denk ik daar wel aan. Dat zou wel fantastisch zijn, voor mij is dat de ultieme prestatie. Maar natuurlijk kan er altijd iets gebeuren waardoor ik niet kan gaan. Er is nog nooit een Belg op de Olympische Spelen van trampoline geraakt, zelfs niet dichtbij een selectie. Je moet dan tussen de beste 16 springers van de wereld zitten, dat is heel moeilijk.

Welke raad kan je geven aan andere sporters/springers?
Er zijn heel veel springers die stoppen aan hun 18 jaar. Dit komt omdat je tegen dan een internationaal niveau moet halen, anders is er in België niet meer zoveel te beleven. Er is ook geen werking topsport of dergelijke, dus je krijgt geen ondersteuning.

Ik heb ook gedacht om te stoppen en twijfelde, maar kijk waar ik nu sta. Het is jammer dat veel springers op dat cruciaal moment stoppen, want er zouden veel meer Belgische top-springers zijn. Deze sport moet je ook niet uitoefenen voor het geld, want je verdient er niets aan. Gelukkig moeten we niets betalen om mee te doen (lacht). Er wordt wel gezorgd voor je vliegtickets, hotel en dergelijke.

 

Tekst: Besart Canaj voor UiT in Oostende

Lees hier het volledige decembernummer (PDF).